In de Schrift lezen we duidelijk dat de wet aan
Israël is gegeven en niet aan de heidenen. De Joden zijn “onder de wet” - de
heidenen zijn “zonder wet” (Rom. 2:12, 14, 17; 3:19; 1 Kor. 9:20, 21). Mensen
die beweren dat de sabbat vanaf de schepping de mens is opgelegd, kunnen dat
onmogelijk aan de hand van de Schrift bewijzen. In de hele geschiedenis van de
aartsvaders wordt over de sabbat met geen woord gerept.
Een gebod over de sabbat wordt dus voor het eerst
aan het volk Israël gegeven. We lezen:
“Gij zult evenwel
mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen u … Dat
dan de kinderen Israëls de sabbat houden,
de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot
een eeuwig verbond” (Ex. 31:13, 16; zie ook Ezech. 20:12).
De sabbat
is een teken van het verbond dat de Heer met Israël gemaakt had. Deze
uitspraak zou zijn betekenis verliezen indien de sabbat aan de hele mensheid
was opgelegd.
Wat heeft Psalm 83 te maken met Ezechiël 38 en 39 en wanneer staat dit te gebeuren?
Noot: Rechtstreeks vertaald vanuit Google met slecht "lopende" en vertaalde zinnen helaas.
In "The Ezechiël Solution" college, Doc Beshore gaat in op de
definitieve beschrijving van Psalm 83, ter bevestiging van mijn eigen
analyse van de psalm. Hij leert dat Psalm 83 een vervloekend gebed is.
Hij vindt ook dat de Arabische staten die in de psalm worden genoemd, de moderne
Arabische staten die lid zijn van de Arabische Liga zijn. Hun agenda is een totale vernietiging van de staat
Israël.